Parlementaire vraag en antwoord over veiligheid aan Joodse scholen

Federaal Kamerlid Tanguy Veys (Vlaams Belang) voelde in de commissie Binnenlande Zaken, minister Joelle Milquet aan de tand over de beveiliging van de Joodse scholen. Een aantal weken geleden kwam dit onderwerp ter discussie zoals u hier kan nalezen – Joodse scholen slaken noodkreet over politiebewaking.

Wij brengen voor u hieronder het volledige verslag van de commissie:

Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt van woensdag 25 april 2012

11.01 Tanguy Veys (VB): Mijnheer de voorzitter, mevrouw de minister, de joodse scholen in Antwerpen slaan een noodkreet over de drastische vermindering van de politiebewaking, die ongeveer een jaar geleden werd ingevoerd. Met de recente aanslag in Toulouse is deze vraag opnieuw actueel geworden en hebben 14 Antwerpse scholen gezamenlijk een petitie overhandigd aan het stadsbestuur van Antwerpen. Omdat overleg op het kabinet van de burgemeester geen concrete maatregelen opleverde, wenden de joodse instellingen zich nu tot u, mevrouw de minister van Binnenlandse Zaken, waarbij ze vragen om structurele maatregelen.

Ik verwijs onder meer naar een getuigenis van iemand van het uitvoerend comité van de Jesode Hatoraschool, die stelt dat in het verleden twee agenten voor de schoolpoort stonden tijdens de drukke momenten, aan het begin van de dag, tijdens de middagpauze en aan het einde van de lessen. Op die momenten staan er vaak honderden schoolkinderen, van kleuters tot tieners, voor de schoolpoort en dan is die bewaking zeker nodig.

In de jaren ‘90 waren er drie dodelijke aanslagen tegen joodse doelwitten, waaronder eentje tegen een school in de Lamorinièrestraat. Aan deze beveiliging kwam echter ongeveer een jaar geleden abrupt een einde en nu maken, naar aanleiding van de aanslag in Toulouse, de ouders en de school zich zorgen.

De Antwerpse politie verklaarde dat zij haar beveiliging heeft aangepast door voor een model te kiezen waarbij ze patrouilles laat passeren langs alle joodse scholen. Blijkbaar kunnen potentiële terroristen zo geen exact patroon opvangen. Ze zegt dat ze geen capaciteit heeft om voor elke school een agent te plaatsen, maar dat ze op deze manier wel allemaal aan bod komen.

Wanneer wij de Antwerpse situatie vergelijken met die in Brussel, meen ik dat daar de nodige aandacht is voor het probleem en dat daar de mogelijkheid bestaat om in die beveiliging te voorzien. De veiligheid van de joodse scholen moet nog steeds de nodige prioriteit krijgen, temeer wij ook – diverse vragen van collega’s verwijzen daarnaar – geconfronteerd worden met een stijgende graad van extremisme onder moslims.

Het Orgaan voor de Coördinatie en de Analyse van de Dreiging van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken waarschuwde de ordediensten eerder reeds voor een verhoogde terreurdreiging tegen joodse doelwitten. Daarom rijst de vraag of de overheid geen structurele maatregelen kan nemen, zoals instaan voor de kosten van een beveiligingsfirma, zoals in Nederland het geval is, ten minste voor de belangrijkste scholen, met meer dan honderd leerlingen.

Mevrouw de minister, naar aanleiding van de problematiek heb ik de volgende vragen.

Hoe verklaart u dat de veiligheid aan de joodse scholen in Antwerpen niet op dezelfde manier gegarandeerd wordt als aan de joodse scholen in Brussel?

Werden er structurele maatregelen genomen om de veiligheid aan de joodse scholen in Antwerpen te garanderen en dan liefst op afdoende wijze?

Welke maatregelen werden voorzien en welke planning is voorzien? Zo neen, waarom niet?

11.02 Minister Joëlle Milquet: Mijnheer de voorzitter, op basis van de informatie waarover ik beschik, kan ik stellen dat de veiligheid van de joodse scholen in Brussel en Antwerpen gegarandeerd wordt. Natuurlijk kiezen de korpschefs van de betrokken zones de manier waarop die veiligheid gegarandeerd wordt. Vanzelfsprekend kan die op het terrein verschillend zijn.

Ik wil ook opmerken dat er in Antwerpen meer joodse scholen zijn dan in Brussel. Dat maakt ook dat voor een andere aanpak geopteerd moet worden voor het garanderen van de veiligheid van alle joodse scholen.

Ik heb in de voorbije weken twee vergaderingen gehad met de verschillende korpschefs over de joodse problematiek. Wij hebben operationele vergaderingen gehad en zij hebben veel uitleg gegeven over hun operationele acties rond de scholen.

Ik heb van de Antwerpse politie vernomen dat er geen sprake is van een vermindering van de bewaking, maar ze wordt wel anders georganiseerd.

Zonder in te gaan op de operationele details, werden de patrouilleschema’s voor het toezicht inderdaad aangepast. Daarenboven werd een bijkomende fietspatrouille ingezet, evenals twee patrouillevoertuigen met automatische nummerplaatherkenning.

Bovendien worden op aanvraag en op het einde van de lessen verschillende toezichtpunten ingenomen, met de uitdrukkelijke opdracht te zorgen voor een verhoogde zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van politie in uniform.

In Antwerpen worden dus de nodige maatregelen genomen om de veiligheid aan de joodse scholen structureel en op een afdoende wijze te garanderen.

De huidige manier van werken betekent dat niet slechts enkele maar alle joodse scholen worden beschermd. Door de overschakeling van statische posten naar patrouilleposten is de Antwerpse politie niet consequent zichtbaar aan slechts een beperkt aantal scholen, maar duikt ze op verschillende momenten op aan alle joodse scholen, wat volgens de Antwerpse politie de voorspelbaarheid voor derden wegneemt.

Zoals gevraagd door mijn dienst, de Algemene Directie Crisiscentrum, worden op basis van de evaluaties van het OCAD de gevraagde maatregelen, waaronder een verhoogde waakzaamheid, op die manier uitgevoerd.

Wij hadden gisteren een vergadering van de waakcel Antisemitisme in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de joodse gemeenschap en ook de Antwerpse politie. Zij hebben daarover geen klachten ingediend of andere vragen geformuleerd.

11.03 Tanguy Veys (VB): Mevrouw de minister, ik dank u voor het antwoord.

U wijst er terecht op dat Antwerpen meer joodse scholen telt dan Brussel. Daarom zou de politieaanwezigheid toch minstens vergelijkbaar moeten zijn met die in Brussel.

U verwijst naar politiepatrouilles in Antwerpen, maar de joodse gemeenschap vraagt – ik denk dat het niet onmogelijk is – om aan de drie scholen met meer dan duizend leerlingen extra aandacht te besteden en er een statische politiepost te installeren, zoals dat in het verleden het geval was.

Het is opvallend dat dit in het verleden wel mogelijk was. U zegt nu dat er politiepatrouilles zijn. België staat ervoor bekend dat men pas optreedt als er een treinongeval, een busongeval of iets dergelijks gebeurt. Ik hoop dat wij niet zolang zullen moeten wachten en dat er opnieuw de garantie zal zijn dat er voldoende politieaanwezigheid is aan de joodse scholen in Antwerpen.

Het incident is gesloten.

Tweet
Share
Share
0 Shares