Boek: “Hoe kijken joden, christenen en moslims naar elkaar?

Priester Jan Van Eycken:“Dialoog zorgt voor verrijking van de geloofsopvatting”

Vorige zomer publiceerde Jan Van Eycken het boek: “Hoe kijken joden, christenen en moslims naar elkaar” met als ondertitel een “delicate driehoeksverhouding”. Het boek is een sterk pleidooi om elkaar beter te leren kennen en verdraagzaam samen te leven in onze multiculturele maatschappij. Een gesprek.

Rony Boonen

Jan Van Eycken is priester in het aartsbisdom Mechelen-Brussel met een specifieke opdracht voor de interreligieuze dialoog in Brussel. Hij was een aantal jaren actief als parochiepriester in de Brusselse gemeenten Sint-Jans-Molenbeek, St. Gilles en Koekelberg. Hij was ook aalmoezenier in het St. Pieterziekenhuis in de Brusselse Marollen. Door de jaren heen zag hij op diverse plaatsen vitale kerkgemeenschappen inkrimpen tot zelfs leeglopen maar kwam hij des te meer in contact met de bewoners buiten de kerk en uiteraard met de vele buitenlandse gemeenschappen van diverse religieuze samenstelling. En dan kan je de dialoog met de andersgelovigen niet uit de weg gaan. Het is die praktijk die hem tot schrijven aanzette. Het resultaat is dit nieuwe boek dat ook onze redactie aansprak.

Waarom dit boek?

Jan Van Eycken

Jan Van Eycken: “Ik heb er bij het schrijven van dit boek vooral op gelet dat ik nooit mijn eigen mening vooropstelde. Ik wilde me enkel beperken tot de positieve en negatieve punten van de drie monotheïstische godsdiensten: jodendom, christendom en de islam. Mijn enige streven was het verhogen van de kennis over dit onderwerp zodat we kunnen ingaan tegen de hedendaagse vervlakking. We merken maar al te dikwijls dat vandaag religieuze onderwerpen in één of andere politieke context worden geplaatst en dan nog al te vaak gekoppeld worden aan en mening die we al hadden. Persoonlijk was ik hier al vele jaren mee bezig. Mijn boek is zeker geen academisch hoogstandje maar het brengt wel een zo correct en breed mogelijke weergave van de feiten in de hoop dat we tot een dialoog zullen komen van verdraagzaamheid.

Wij moeten immers vaststellen dat om het even welke godsdienstige groep, welke groep dan ook, steeds een aantal vooroordelen heeft t.o.v. de andere. Juist hier kan de dialoog beginnen. Alleen al door naar elkaar te luisteren, kunnen we heel wat ellende wegnemen.”

In hoeverre zijn joden, christenen en moslims al naar elkaar toegegroeid?

Jan Van Eycken: “Alle christelijke kerken hebben na de Shoah ingezien dat er in de loop van de eeuwen iets grondig fout is gelopen in Europa. Het is bijzonder jammer dat deze verschrikkelijke tragedie eerst moest plaatsvinden voor we tot dit inzicht gekomen zijn. De oprichting van de joods-christelijke dialoog binnen de kerken is daar het resultaat van. Het werd een totale ommekeer die ook in de joodse gemeenschappen hoe langer hoe meer werd verwelkomd.

Met de islam blijft het nog altijd een, wat ik noem, ‘hobbelig parcours’. Vooral omdat ze in de moslimlanden alles dat uit het westen komt te gemakkelijk zien als decadent en te nauw verweven met het christendom. In de islamlanden staan onze landen nog altijd symbool voor de vroegere kolonisatoren van het Midden-Oosten. Op die manier wordt de dialoog hier bij ons sterk gehypothekeerd.

Anderzijds moeten we ook vaststellen dat er binnen de drie geloofsgemeenschappen nog een enorme diversiteit bestaat aan denominaties. Naast de reguliere kernen kennen we o.a. nog de ultraorthodoxen en dan zijn er uiteraard nog de extremistische en fundamentalistische groeperingen. Deze laatste willen de dialoog enkel en alleen in diskrediet brengen. Zij bestrijden elke vorm van overleg en uiteraard elke vredeswil.

Afgaand op de actualiteit stellen velen zich de vraag naar de houding van de islam t.o.v. de joden en de christenen. Terecht, maar we mogen niet vergeten dat dit een verlengstuk van het verleden is. De eerste kennismaking tussen christenen en moslims was gewelddadig en conflictueus en heeft bijgevolg een serene interreligieuze ontmoeting bemoeilijkt: heel wat militaire conflicten werden uitgevochten. Wat we vandaag nog zien in het Midden-Oosten.

Daarentegen moten we vaststellen dat er nooit conflicten zijn geweest van militaire aard tussen de joden en de christenen waardoor uiteraard ook de joods-christelijke dialoog sneller op het zuiver religieuze spoor werd gezet en vooral sinds Wereldoorlog II veel vlotter verliep. Wel waren er theologische disputen met maatschappelijke repercussies, maar die zijn ondertussen verdwenen.

In uw boek gebruikt u de termen inclusief en exclusief voor de godsdiensten?

Jan Van Eycken: “Met exclusief bedoel ik het feit dat men binnen zijn eigen godsdienstige beleving de anderen uitsluit. Men is er dan van overtuigd dat zijn interpretatie van de grondteksten de enige juiste is en dus moeten die voor iedereen dezelfde zijn. Persoonlijk noem ik dat religieus kolonialisme. Dergelijke godsdiensten hebben géén heilswaarde. Want dan betekent het dat je je in de plaats stelt van G’d en zélf gaat oordelen over wie of wat correct is of niet. Ik lees bij vele theologen uit diverse religies dat een exclusieve interpretatie een teken van ongeloof is.

Inclusief daarentegen is het aanvaarden van de heilswaarde van het geloof van de andere. Hierdoor geef je er een positieve betekenis aan je geloof en zie je het als een onderdeel van G’ds plan met de mensheid. Op die manier komen we ook tot een aanvaardbaar samenleven waarin we mekaar niet meer oordelen of veroordelen en zijn we allemaal gelijkwaardig. Sommigen gaan verder en zweren bij pluralisme als enig echte verdraagzame vorm van dialoog. Ik weet niet of we zover moeten gaan, want verdwijnt dan niet de aandacht voor het specifieke anders zijn van de andere? Met een inclusieve houding ben je ervan overtuigd dat de andere ook de goede weg aan het vinden is.”

In hoeverre kunnen we vandaag geloven in de dialoog?

Jan Van Eycken: “Er zijn vier degelijke argumenten om te geloven in de dialoog: het eerste is uiteraard het religieuze motief. Als er één G’d is dan moeten we de dialoog aangaan met iedereen die daarin gelooft en de meest bekende tradities daarvan zijn de joden, de christenen, de moslims en de hindoes. Ten tweede omdat we allemaal mensen zijn en samen moeten leven in een maatschappij. Een humanistisch perspectief dus. Ten derde: de dialoog is alleen zinvol als we het gesprek aangaan met mensen die zelf ook het gesprek effectief willen aangaan. Niet met bij voorbeeld de politiek geïnspireerde salafisten of bepaalde evangelische pinkster kerken of dogmatische groeperingen in het algemeen. Ten slotte, diegenen die niet openstaan voor dialoog en hem zelfs afwijzen, kan je beschouwen als voorstanders van een permanente oorlog, conflict zoals we dat vandaag kunnen vaststellen tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea

Een moslim-theoloog zei me eens: ‘we moeten ophouden met ons voor te stellen als: ik ben christen, ik ben jood of ik ben moslim. We zouden beter zeggen: ik ben een christenmens, een joodse-mens, een moslim-mens want in de eerste plaats zijn wij allemaal mensen.’ Dialoog moet gevoerd worden vanuit je eigen wil om met de anderen te praten.”

Velen beweren dat de godsdiensten oorzaak zijn van alle geweld in de wereld. Hoe kunnen we dat verklaren?

Jan Van Eycken: ”In 50% van de gevallen klopt dat, in de andere 50% niet. Maoisme, nazisme, stalinisme hebben niets met de godsdienst te maken.

Een voorbeeld: Toen in Jeruzalem een joodse gids onze groep vertelde dat hij een zionist was, schrokken de moslims die ons vergezelden. Maar hij stelde duidelijk dat hij daarmee het bestaansrecht van Palestijnen niet ontkende, alleen het recht op een eigen land voor Joden die dat wensen. Een zionist dient net zoals iedereen de Thora toe te passen met aandacht voor de wees, de weduwe en de vreemdeling. Beide kunnen samengaan. Daaruit blijkt dat niet elke zionist een vijand is van de Palestijnen. Soms gebruikt men religieuze ideeën op een onfatsoenlijke en niet correcte manier. Al te vaak worden godsdienstige concepten gebruikt als een politieke ideologie, als een middel om te onderdrukken en macht uit te oefenen en dat is zonde. Dat is totaal verkeerd! Daarvoor is de godsdienst niet gesticht. Wij moeten de scheiding tussen kerk en staat te allen tijde respecteren. Religie mag nooit een ideologie worden om anderen te onderwerpen!”

Sommigen stellen dat de interreligieuze dialoog enkel voer is voor theologen en ander intellectuelen maar onbekend blijven voor het volk?

Jan Van Eycken: “Dat dergelijke dialoog enkel en alleen zaak blijft voor theologen hangt grotendeels af van onze eigen geestelijke leiders. De religieuze gezagsdragers komen regelmatig samen en stellen dan bijzondere verklaringen op. Mooie volzinnen allemaal , maar het ontbreekt nog al te veel aan een concreet plan om de uitspraken in de praktijk te brengen. Priesters, rabbijnen en imams die in de plaatselijke gemeenschappen werken, krijgen echter nooit de opdracht om met die dialoog aan de slag te gaan in hun eigen omgeving. Wat dus absoluut zou moeten gebeuren zodat een gezamenlijk project kan uitgewerkt worden. Wie er zich mee bezighoudt, doet dat meestal op eigen initiatief. Ik ben er voorstander van om bijvoorbeeld in alle steden gespreksgroepen te organiseren waarbij religieuze verantwoordelijken hun achterban en andere belangstellenden uitnodigen. Maar dat blijft vandaag alsnog een moeilijke oefening. In een beperkt aantal steden wordt de eerste stap gezet door de ‘schepen voor eredienst’. Er is al zeer veel verklaard, veel losse en eenmalige initiatieven zijn genomen maar de uitvoering laat te wensen over en persoonlijk verwacht ik niet direct een spectaculaire doorbraak.”

Is een trialoog zoals die in Antwerpen gekend is ook in Brussel mogelijk?

Jan Van Eycken: “De trialoog zoals die in Antwerpen onder impuls van de Gemeenschap Sant’Egidio, is in Brussel vrijwel onbestaande. Er zijn wel pogingen geweest in St. Jans Molenbeek maar dat lukte niet echt en als er dan al een aanzet was, moest er beroep worden gedaan op de mensen uit Antwerpen. Maar die vaststelling hangt samen met het gebrek aan sensibilisering door de nationale leiders naar hun plaatselijke vertegenwoordigers.

Ik heb de indruk dat er in Brussel enkel aandacht wordt gegeven aan de dialoog met de moslims. Klopt dat?

Jan Van Eycken: “In Brussel kan inderdaad die indruk ontstaan, maar dat is niet zo. De dienst van de katholieke Kerk waarvoor ik werk, Expertisepunt Interreligieuze Dialoog, besteedt geregeld aandacht aan de vele boeddhistische gemeenschappen in de stad. Jaarlijks organiseren we een concert met drie verschillende spirituele deelnemers. Scholen of verenigingen die met mij cultusplaatsen willen bezoeken, leren de diverse kerken, synagogen en moskeeën kennen. Het is wel juist dat we door de actualiteit soms worden gedwongen om ons extra met de islam bezig te houden omdat er ook zoveel problemen zijn. En dan denk ik bijvoorbeeld aan het hoofdoekendebat, het antisemitisme uit die hoek, de radicalisering en aan het probleem van de gemengde huwelijken. We moeten in de toekomst meer over de grenzen heen kijken, want dialoog is ook een zorg voor de identiteit, voor het omgaan en het respect voor elkaars gebruiken.

Een voorbeeld: Toen ik met een groep moslims en christenen Jeruzalem bezocht en de verschillende heilige plaatsen aandeed met telkens een lokale gids uit de eigen religie, leken er toch heel wat contactpunten te zijn. Het is de normaalste zaak dat we binnen de synagoge het hoofd bedekken en in de moskee onze schoenen uitdoen. Ook aan tafel hebben we respect en aandacht bij het nuttigen van het voedsel. Met mijn groep aten we zowel koosjer als halal, afhankelijk van de plaats. Dat ook is respect binnen de dialoog. Identiteit heeft ook alles te maken met dialoog! Merkwaardig is ook dat het Hebreeuws en het Arabisch zeer dicht bij elkaar liggen. Neem nu de woorden Shalom en Salaam die alle twee identiek hetzelfde betekenen: vrede. Moslims moeten daarvan overtuigd worden. Ik hoop dat joden en moslims ooit die twee woorden door elkaar gaan gebruiken…

 

OVER HET BOEK

Het boek ‘Hoe kijken joden, moslims en christenen naar elkaar? Een delicate driehoeksverhouding’ geeft een duidelijk overzicht van de verschillen en de overeenkomsten tussen de monotheïstische of Abrahamistische godsdiensten. Er wordt ook een eerlijke poging gedan om de controversiële teksten uit de Bijbel en de Koran in hun juiste context te plaatsen. Teksten van fundamentalisten kunnen op die manier gemakkelijk doorprikt worden

Aan de hand van de bronteksten analyseert Jan Van Eycken hoe inclusief en exclusief deze godsdiensten zich doorheen de geschiedenis hebben opgesteld in wat men noemde een delicate driehoeksverhouding. Aanvankelijk wilde de auteur er ook de Oosterse godsdiensten bij betrekken omdat in Brussel bijvoorbeeld al twaalf boeddhistische tradities actief zijn. Dat zal het onderwerp vormen voor een latere publicatie bij dezelfde uitgever.

Het boek leest vlot en geeft een duidelijke en verhelderende inkijk in de drie tradities en geeft een aanzet tot verdere studie en tot meer begrip voor elkaar. De drie delen worden aangevuld met historische documenten als voorbeeld van toenadering, zoals bijvoorbeeld de toespraak van de Paus in Casablanca, de twaalf punten van Berlijn en de verklaring van Marrakesh.

Tussen de hoofstukken in wordt telkens een beknopte visie gegeven over de samenhang van de religies in het algemeen. Inspirerende bezinningsstukken omkaderen de verschillende delen van het boek.

Jan Van Eycken
“Hoe kijken joden, christenen en moslims naar elkaar?”
Een delicate driehoeksverhouding.

Uitgeverij: Davidsfonds,220 pagina’s. € 22,50.
Online kopen:
https://www.davidsfonds.be/publisher/edition/detail.phtml?id=3866

 

 

 

 

 

 

 

Tweet
Share
Share3
3 Shares