De omstreden rol van de NMBS tijdens de Holocaust

De inhuldiging van de treinwagon. V.l.n.r: NMBS voorzitter Jannie Haeck, schepen Rita Janssens, schepen Karel Geys, Caroline Gennez (sp.a), Eric Stroobants (Kazerne Dossin), , Georges Schoeters (weerstander van het Spoor), en burgemeester Bart Somers. Foto: Jan Smets
De inhuldiging van de treinwagon. V.l.n.r: NMBS voorzitter Jannie Haeck, schepen Rita Janssens, schepen Karel Geys, Caroline Gennez (sp.a), Eric Stroobants (Kazerne Dossin), , Georges Schoeters (weerstander van het Spoor), en burgemeester Bart Somers. Foto: Jan Smets

De betrokkenheid van de spoorwegmaatschappij aan de deportatie van meer dan vijfentwintigduizend Joden en zigeuners bleef lange tijd onderbelicht. Na zeventig jaar neemt de NMBS voor het eerst schoorvoetend een standpunt in over het aandeel van de spoorwegmaatschappij in de deportaties naar Auschwitz tijdens WOII. Toen hun aandeel in de deportatie na het verschijnen van het SOMA-rapport niet langer kon ontkend worden, leverde ook dat nooit concrete stappen vanwege de spoorwegmaatschappij op.

Guido Joris

Na de Franse spoorwegen vorig jaar heeft ook de NMBS-holding, onze eigen Belgische spoorwegmaatschappij – zij het officieus en in beperkte mate – verontschuldigingen aangeboden voor de betrokkenheid van de maatschappij aan de deportatie van Joden naar de uitroeiingskampen tijdens de oorlog. Andere Europese spoorwegmaatschappijen gingen haar voor. De Deutsche Bahn als een van de eerste maar ook de Franse spoorwegmaatschappij SNCF waar in januari 2011 de directeur tijdens een plechtigheid verklaarde: “In naam van de SNFC buig ik het hoofd voor de slachtoffers, de overlevenden en de kinderen van gedeporteerden en voor het leed dat daardoor nog altijd onder hen verder leeft”.

Eind juni sprak ook de NMBS-holding bij monde van spoorwegbaas Jannie Haek voor het eerst publiekelijk over de donkerste periode uit de Belgische spoorgeschiedenis. Hij deed dat in Mechelen waar hij als gedelegeerd bestuurder van de NMBS-holding tijdens een ceremonie aan het Joods Museum van Deportatie en Verzet een houten treinwagon ter beschikking stelde. De wagon staat nu als historische blikvanger opgesteld voor het museum aan de Edgard Tinellaan. Haek herinnerde in zijn toespraak aan de dubbelzinnige positie van de Belgische spoorwegen maar sprak tegelijkertijd over de moedige houding van verzetsmensen binnen het spoor.

Het siert de NMBS-holding dat Jannie Haek eindelijk verwees naar deze minder fraaie periode uit het bestaan van de Belgische spoorwegen zonder dat daarvoor een externe impuls nodig was. Dat was namelijk wel het geval in Frankrijk. Daar werden de excuses pas aangeboden nadat de Franse spoorwegmaatschappij uit de boot dreigde te vallen bij monster-orders uit de Verenigde Staten. De Franse spoorwegen dongen mee om TGV-treinen te leveren voor twee megaprojecten, de hogesnelheidsverbinding tussen Orlando en Tampa en een soortgelijk project tussen San Francisco en Los Angeles. In de VS heette het: “Geen verontschuldigingen betekent ook geen kans op contracten”, waarna de Franse spoorwegbonzen inbonden.

Het strekt de Franse spoormaatschappij tot eer dat ze het niet enkel bij woorden houden maar ook bij daden. In juni van dit jaar bezorgde ze al haar oorlogsarchieven voor onderzoek aan het Yad Vashem museum in Jeruzalem, waardoor na zeventig jaar eindelijk transparantie geschapen kan worden. De Duitse spoorwegmaatschappij heeft ook via een stichting een half miljard euro aan schadevergoedingen uitgekeerd. Daarmee wil ze naar eigen zeggen “een gebaar stellen”.

Onze eigen NMBS is echter nog niet helemaal overtuigd van haar eigen – al dan niet negatieve – aandeel tijdens de oorlog. Tot nog toe heette het dat de administratie niet anders kon, omdat het onder bestuur kwam van de Duitse autoriteiten. Maar dat is niet volledig correct; zoals alle Belgische administraties, kon ook de NMBS orders van de bezetter weigeren wanneer die tegen de Belgische wetgeving ingingen.

Om voor eens en altijd te weten welk aandeel de overheid bij de deportaties had, bestelde de Senaat in 2003 het SOMA-rapport. Dat rapport, met de naam Gewillig België toonde dat de overheden wel degelijk een verantwoordelijkheid droegen door de orders vaak gewillig en zonder protest uit te voeren, ook al konden ze daar wel onderuit geraken. Het SOMA-rapport behandelde alle overheidsdiensten, dus ook de NMBS. Toch heeft de spoorwegmaatschappij nooit een studie besteld om haar eigen aandeel grondig te onderzoeken en dat is een spijtige zaak want hoe langer er wordt gewacht, des te moeilijker het zal zijn om alle stukjes van de puzzel in elkaar te passen.

Dat de NMBS deze stap dient te zetten is een evidentie, aldus Marc Michiels, de man achter de herdenkingsplechtigheden van het XXste treinkonvooi in Boortmeerbeek. Hij buigt zich al jaren over deze problematiek en verklaarde hierover: “Wij hebben in Boortmeerbeek nooit iets opgemerkt van verontschuldigingen namens de NMBS en zeventig jaar na datum hoop ik dat deze toch nog zullen geformuleerd worden. Wel heeft de spoorwegmaatschappij ons tenminste niet tegengewerkt toen we een monument geplaatst hebben, maar van enige actieve medewerking is zeker geen sprake”.

Hetzelfde verhaal bij de recente terbeschikkingstelling van de treinwagon aan het museum in Mechelen. Dat project moest mede gefinancierd worden door een vzw van de spoorweggroep, de Nationale Vereniging ‘Weestanders van het Spoor’.

Marc Michiels: “Wij hebben persoonlijk ook verschillende getuigenissen opgetekend van Belgische machinisten die meewerkten aan de deportaties. Het verhaal dat die enkel werden uitgevoerd door Duitse beambten kan dus naar het rijk der fabeltjes worden verwezen”.

Het is nu wachten op een krachtig signaal van de NMBS. In een reactie tegen onze redactie zei de woordvoerster van de Holding, Leen Uyterhoeven: “We zijn blij een bescheiden bijdrage te hebben geleverd aan de herdenking van een van de zwaarste bladzijdes van onze geschiedenis. Ook in het toekomstige spoorwegmuseum Train World in Schaarbeek zal daarom aandacht worden gegeven aan dat belangrijke stuk geschiedenis.”

 

De toespraak van Jannie Haeck in Mechelen

Beste genodigden,

Ik sta hier vandaag met gemengde gevoelens. Sombere gedachten, omdat we, met de plechtige onthulling van deze wagon en dit plein een van de zwartste bladzijdes van de geschiedenis herdenken. Met blije gedachten omdat ik hoop dat we hiermee een steentje kunnen bijdragen opdat de waanzin, waar dit symbool voor staat, nooit meer kan weerkeren.

Vanaf hier vertrokken in totaal achtentwintig konvooien. Hiermee werden meer dan vijfentwintigduizend Joden en zigeuners uit België en Noord-Frankrijk gedeporteerd. Hun bestemming was meestal het uitroeiingskamp Auschwitz-Birkenau. Minder dan 5% van hen overleefde.

We moeten durven toegeven dat de Belgische Spoorwegen hierbij een rol speelde. Nadat België bezet raakte, kregen de Duitsers het volledige spoorwegnet in handen. De werking van de Belgische Spoorwegmaatschappij geraakte daarbij geheel vervlochten met die van de Duitse Reichsbahn.

Dit zwarte stuk uit onze geschiedenis heeft ook een lichtpuntje gekend. België is het enige land in Europa geweest waar door het verzet een actie is ondernomen om een trein met gedeporteerde Joden te onderscheppen.

Ik ben dan ook bijzonder blij en trots dat wij de Nationale Vereniging van Weerstanders van het Spoor bij dit project hebben kunnen betrekken. Zij hebben de restauratie van de wagon gefinancierd.

Het is onze plicht om bij te dragen aan de instandhouding van wat nooit vergeten mag worden. Ook in het toekomstige Spoorwegmuseum in Schaarbeek zal aandacht gegeven worden aan dat belangrijke stuk geschiedenis. Een stuk uit het verleden van de Spoorweg met een donkere en een lichte zijde. Moge die donkere zijde door het licht van de herinnering nooit meer weerkeren.

Ik dank u.

Belgische machinisten getuigen:

Machinist Albert Dumon vertelde na de oorlog: “Plots zag ik een rood licht naast de sporen staan. Ik kon heel goed zien dat het geen licht van de spoorweg was maar ik ben toch gestopt. Zodra ik stilstond, begon men vanuit het bos te schieten. Toen begreep ik waarom dat rode licht daar stond. Ik zei tegen mijn stoker: “Kom jongen, wij gaan tussen de kolen liggen. Daar is een dikke plaat, daar zijn we het veiligst”… dan zei de officier: “Kom kijken”, en als ik ingestapt ben, “rij dan verder”. Toen ik weer op de locomotief kwam, lag de stoker nog altijd tussen de kolen. Ik heb de trein terug in gang gezet zodat we stapgangs reden en ben weer bij de stoker gaan liggen. Eens de plaats waar volgens mij het licht stond voorbij, heb ik de locomotief weer in hoge snelheid gezet en de stoker aangemaand om goed te stoken. Ik was opgelucht dat het voor ons zo afgelopen was. Natuurlijk, voor de Joden was het wat anders”.

In 1953 liet machinist Buvens het volgende optekenen: “’s Anderendaags werd in de remise onder de collega’s over het gebeurde gesproken. Toen heb ik vernomen dat er vele Joden zijn kunnen ontsnappen, maar dat er helaas velen in het veld lagen, doodgeschoten door de Duitse soldaten van de laatste wagen. Men vertelde ook dat er een koppel was dat tot aan een boerderij in de buurt geraakt was. De man was echter door een kogel getroffen en viel dood neer op het moment dat de mensen hen binnen lieten. De boerin zei toen tegen de vrouw: “Waarom gaan jullie toch lopen, ge weet toch dat ze dan schieten?” “Ja”, antwoordde de vrouw, “maar wij weten ook dat als we op onze eindbestemming komen, wij daar moeten sterven terwijl wij hier nog een kans maken”.

Tweet
Share
Share
0 Shares