• Vrijdag, 28 April 2017
  • 2 Iyyar, 5777
  • Laatste update 25 April 2017 08:13

Le Bataclan in het verleden ook doelwit van antizionistische acties

  • Donderdag 19 November 2015 12:40
eaglesOD Tel Aviv

Frontman van Eagles of Death stak zijn liefde voor de Joodse staat niet onder stoelen of banken in Tel Aviv

“Jullie houden van het leven, wij houden van de dood”. Dit verklaarde Al-Qaida na de aanslag in Madrid (maart 2004). Vrijdagavond 15/11 bracht IS deze uitspraak in de praktijk, in hartje Parijs. Als volleerde commando’s sloegen zelfmoordterroristen toe op plaatsen waar veel mensen op vrijdagavond onschuldig vertier zoeken: een bar met terras, een restaurant, een theater en een voetbalstadion. Zij brachten er dood in de plaats van plezier. Dat ze Le Bataclan als doelwit uitkozen, lijkt evenwel geen toeval. Tot 11 september was de zaal het eigendom van de Joodse broers Pascal en Joël Laloux.

Le Bataclan is de plaats waar de meeste slachtoffers vielen. Tijdens het optreden van de Amerikaanse band The Eagles of Death Metal drongen enkele mannen het gebouw binnen. Vanop het balkon openden ze het vuur en hielden ze honderden mensen gegijzeld. Uiteindelijk vielen er in de zaal 89 doden, onder wie ook drie Belgen.

The Eagles of Death Metal, de Amerikaanse rockband die in Le Bataclan optrad, had ook al te maken met antizionistische activisten. Naar aanleiding van hun optreden in The Barby Club in Tel Aviv enkele maanden geleden, werden ze door Pink Floyd voorman Roger Waters aangemaand om niet in Israël op te treden, in het kader van de anti-Israël BDS campagne (Boycot, Devestment, Sancties). Daarop antwoordde gitarist Jesse Hughes met het F-woord. De groep heeft na de aanslag in Parijs aangekondigd dat ze opnieuw in Tel Aviv zullen optreden.

Le Bataclan werd in de jaren ’60 als een concertzaal ingericht door Enrico Macias en Elie Touitou (bijgenaamd Kahlaoui Tounsi), twee Joodse zangers die naar Frankrijk emigreerden op de vlucht voor het antisemitisme in respectievelijk Algerije en Tunesië. In 1976 verliet Enrico Macias de onderneming en nam Kahlaoui Tounsi de zaak over. Vanaf de jaren ’80 namen zijn zonen Pascal en Joel Laloux het beleid over. Nauwelijks enkele maanden geleden, hebben de broers de zaal verkocht (11 september 2015) en hebben ze zich in Israël gevestigd.

Le Bataclan kreeg vaak te maken met “antizionistisch” protest. De zaal programmeerde namelijk ook Israëlische artiesten, maar vooral de jaarlijkse galaconcerten voor de Israëlische ngo Migdal (ten voordele van de Israëlische grenspolitie) werden gecontesteerd. Drie weken voor de aanslag was er nog een benefietconcert van L’Amitié Judéo Chrétienne in Le Bataclan.

In 2008 protesteerde een groep mannen, het gezicht verborgen achter een Arabische Keffiyah voor de zaal. Ze hadden een niet mis te begrijpen boodschap voor de managers, een regelrechte bedreiging: “Wij zijn een groep jongeren uit de buurt en dit (nvdr. de gala van Migdal) kunnen we niet aanvaarden. Zij zullen de gevolgen van hun handelingen ondervinden. Wij komen nu met een boodschap, ze zijn gewaarschuwd. De volgende maal komen we niet meer om te praten.”

 

Joodse eigenaars konden rekenen op aanslag
In 2011 meldde de Franse krant Le Figaro (20/02/2011) dat de Franse inlichtingendienst getipt was over een project van Jaish al-Islam om een aanslag te plegen in Le Bataclan, omdat “de eigenaars Joden zijn”. Deze Syrische verzetsorganisatie vervoegde in 2012 het Islamitisch Front voor de bevrijding van Syrië. In september 2015 heeft Jaish al-Islam zich aangesloten bij IS (= Islamitische Staat).

 Racisten en antisimieten

Mediawatchers merken al langer dat antizionisten  hoe langer hoe agressiever worden bij hun pogingen om de Joodse bevolking in Israël te boycotten, ook met oproepen om Joden aan te vallen buiten Israël. Ook stellen velen zich vragen bij het weinig transparante subsidiebeleid van NGO ’s en vooral ook omtrent de contacten die ze onderhouden met terreurbewegingen. Politicus Luckas Vander Taelen merkte met zijn artikel Het antisemitisme in Palestina wordt zorgvuldig gecultiveerd op dat het bestaan van de Israëlische staat steeds meer door steeds fanatiekere tegenstanders in vraag wordt gesteld.