Waterput uit Tempelperiode opgegraven in Jeruzalem

Israëlische archeologen hebben een waterput ontdekt die dateert uit de eerste Tempelperiode. Deze ontdekking in de Oude Stad zal ongetwijfeld een nieuw licht werpen op hoe de watervoorziening zo’n 2.500 jaar geleden gebeurde.

De waterput werd ontdekt nabij de Oostelijke muur en bewijst alvast dat de watervoorziening indertijd niet enkel via de bronnen van Gihon verliep.
De unieke omvang van de waterput – de grootste tot op heden – en de vindplaats doen vermoeden dat ze een belangrijke rol speelde bij de rituele gebruiken rondom de Tempel.

“Het is best mogelijk dat deze grote waterput, aan de voet van de Tempelberg gebruikt werd door pelgrims die naar Jeruzalem kwamen en drinken zochten en water om zich te wassen”, aldus de archeoloog die de plaats ontdekte. De put werd aan de binnenzijde voorzien van een voor die tijd typisch geelachtig met de hand aangebracht bezetsel. Hier en daar vallen nog duidelijke handafdrukken te herkennen.

De eerste Tempel werd ruwweg drieduizend jaar geleden gebouwd en in 586 voor onze tijdrekening door het Babylonische leger verwoest.

Vijftig jaar later werd begonnen met de bouw van de tweede Tempel. Kort voor het begin van onze tijdrekening, meer dan tweeduizend jaar terug vergrootte Herodes de Tempel tot op de afmetingen die we momenteel op de Tempelberg terugvinden.

De tempel werd in 70 van onze jaarrekening door de Romeinen verwoest.

Tweet
Share
Share
0 Shares